Duidelijke instructies voor colporteurs

colporteur4Wat doe je, je als je als colporteur op een adres komt waar er geen gebouw staat en niemand woont? Of als de kiesgerechtigde aan wie je de oproepingskaart moet afgeven niet thuis is? Of als de persoon helemaal niet bekend is op het opgegeven adres? Dit zijn vragen en situaties waarmee colporteurs kunnen worden geconfronteerd wanneer ze vanaf maandag huis aan huis zullen gaan om de oproepingskaarten te verstrekken.

Om de colporteurs goed voor te bereiden op het werk, heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken in elk district trainingen verzorgd. Vandaag en morgen worden de laatste groepen colporteurs voor Paramaribo Zuid West en Paramaribo Noord Oost getraind. Het gaat landelijk om ruim dertienhonderd colporteurs, controleurs en hoofdcontroleurs die tot en met 22 mei zullen worden belast met de verstrekking van oproepingskaarten en het toezicht daarop. Met de colporteurs gaan er ook steeds twee getuigen mee. Deze worden door de politieke partijen voorgedragen en door hen geïnstrueerd over het werk dat zij als getuigen moeten doen.

Verstrekking
Volgens artikel 90 van de Kiesregeling moet elke kiesgerechtigde tenminste drie dagen voor de dag van de stemming een oproepingskaart ontvangen. De kiesgerechtigde moet zich identificeren met een geldig identificatiebewijs zoals een identiteitskaart, paspoort of rijbewijs. Ook een huisgenoot van de kiezer mag de oproepingskaart in ontvangst nemen namens de kiezer. De huisgenoot moet wel ouder zijn dan achttien jaar en het identificatiebewijs van de kiesgerechtigde overleggen. Bij afgifte scheurt de colporteur het souche (afscheurstrookje) van de oproepingskaart af als bewijs van afgifte.

Aantekeningen op souche
Aan de voorkant van de oproepingskaart staan de naam, adres en woonplaats van de kiesgerechtigde. Ook het district, ressort en het stembureau staan vermeld. Aan de achterkant hebben de oproepingskaarten per district een andere kleur balk (zie kleurenschema voor 2015). Op de afscheurstrook aan de achterkant van de oproepingskaart, is een schema opgenomen met  zoveel mogelijke redenen waarom de oproepingskaart niet kan worden afgegeven. Bij elk huis aan huis bezoek wordt de situatie vermeld. De colporteur moet drie verschillende keren de adressen aandoen. Iedere keer moet de reden van het niet kunnen bezorgen van de oproepingskaart op de souche worden aangegeven. Als een kaart is afgegeven, dan wordt het vakje ‘afgeleverd’ aangekruist. De redenen waarom een oproepingskaart niet kan worden verstrekt kan te maken hebben met het feit dat de persoon niet is aangetroffen, niet bekend is op het adres, in het binnenland is, is verhuisd naar het buitenland, met vakantie naar het buitenland is, is gedetacheerd, studeert in het buitenland, in de gevangenis is, de straat of het huisnummer niet bestaat, er een bloot perceel is, de woning onbewoond is, de persoon is overleden, krankzinnig is verklaard, onder curatele is gesteld, in het ziekenhuis is, wordt vermist, weigert om de kaart te ontvangen of geen identificatiebewijs kan overleggen. Zijn deze redenen niet van toepassing, dan is er een vakje met ‘overig’ waarbij de colporteurs kan aangeven wat de reden is dat de oproepingskaart niet kon worden verstrekt.